Training

Er wordt getraind in niveaugroepen, gebaseerd op snelheid. Op deze manier krijgt iedere loper de juiste prikkel zonder overbelast te raken. Alle niveaugroepen trainen op hetzelfde moment en dezelfde locatie.

Om de 12 weken bestaat de training uit een trainingsloop van 3 of 5 km. De tijd die je tijdens zo’n trainingsloop neerzet is één van de factoren die bepalen in welke niveaugroep je daarna traint. Andere factoren die hierbij meespelen: loopgeschiedenis, ervaring en eventueel blessures. Elke 6 weken vindt er een trainerswissel plaats. Athletic Point kiest er bewust voor om de trainers van niveaugroep te wisselen na 6 weken.

Een training kent de volgende opbouw:

  • Warming-up: inlopen, rekken / strekken, looptechniek, eventueel kracht-, core stability- en coördinatieoefeningen.
  • Kerntraining: series afstanden op een bepaalde snelheid, passend bij je loopvermogen (bij. 28 sec / 100 m), afgewisseld met dribbel- en seriepauzes. In principe loop je de kerntraining in een klein groepje mensen met dezelfde snelheid.
  • Cooling-down: uitlopen, rekken / strekken

De warming-up en cooling-down worden door je trainer gegeven en begeleid. Tijdens de kerntraining staat je trainer langs de kant om persoonlijke aanwijzingen te geven. Tijdens de training is er tijd om korte vragen te stellen aan je trainer. Na de training is er meer tijd voor uitgebreidere vragen.